Sluiten

Hellende daken: opbouw en dakbedekking

Hellende daken: opbouw en dakbedekking

Het dak beschermt je samen met de buitenmuren tegen regen en wind. Het bepaalt ook grotendeels hoe je woning eruitziet. Reden genoeg om het je volle aandacht aan te geven.

Dakconstructie

Hellende daken bestaan uit een houten structuur die  het gewicht van de dakopbouw draagt, en weerstand biedt tegen wind- en sneeuwbelasting. De houten structuur kan opgebouwd worden op verschillende manieren.

  • Keperdak

Het keper- of gordingendak bestaat uit horizontaal liggende gordingen: zware houten balken die meestal in de muur gemetseld worden. Haaks op de gordingen zijn de kepers aangebracht, waarop het onderdak rust. 

  • Spantendak

Een spantendak bestaat uit verticaal lopende houten balken, op een afstand van 40 tot 60 cm uit elkaar, die van de muurplaat tot de nok lopen. In de nok, en ter hoogte van de wandaansluitingen, worden als versteviging soms driehoeken aangebracht.

Dakbedekking

Hellende daken hebben als dakbedekking meestal dakpannen. Naast de klassieke keramische pannen bestaan er ook betonnen pannen. Leien in kunststof of natuursteen zijn een andere veelvoorkomende keuze. Mag het eens iets anders zijn, waarom dan geen metalen dak plaatsen? Bijvoorbeeld in aluminium, koper of zink. 

Pan- en tengellatten

De dakpannen of leien worden bevestigd op horizontaal lopende panlatten, die op hun beurt zijn vastgemaakt op verticale tengellaten. Deze tengellaten zetten het onderdak vast op de kepers of spanten en creëren een zekere afstand tussen het onderdak en de panlatten. Zo kunnen water en stof ongehinderd worden afgevoerd en is er een goede verluchting onder de dakbedekking.

Onderdak

Je dakbedekking houdt regen, wind, sneeuw en stof tegen. Maar af en toe vindt opspattend water toch een weg onder de dakpannen of leien. Vandaar dat recentere hellende daken over een onderdak beschikken. Het onderdak helpt water  af te voeren naar beneden en verhindert dat vocht doordringt in de houten dakconstructie en het isolatiemateriaal.

Een goed onderdak is regen- , lucht- en liefst ook winddicht maar is wel dampopen. Op die manier kan eventuele waterdamp toch een weg vinden naar buiten. Een kwestie van het risico op condensatie in het isolatiemateriaal te verlagen.

Platen of folies?

Voor het onderdak wordt tegenwoordig meestal een folie gekozen, die via de tengellaten wordt vastgezet op de kepers. Om te verhinderen dat de folie gaat wapperen door de wind, of bol staat door het onderliggende isolatiemateriaal, moet hij goed aangespannen worden. De verbindingen tussen de folies worden afgedicht met plakband.

Een alternatief voor onderdakfolies zijn stijve platen op basis van houtvezels. Om ze waterdicht te maken, worden de platen geïmpregneerd met latex of bitumen. Ze worden onderling verbonden via tand- en groefverbindingen en worden net als folies via de tengellatten vastgezet op de kepers. Platen zijn duurder dan folies maar zijn ook beperkt thermisch en akoestisch isolerend. 

Isolatie

Er zijn verschillende manieren om een hellend dak te isoleren: van zachte flensdekens tot harde platen. Er zijn ook meerdere materialen: met een minerale, een plantaardige of een synthetische basis. Hou bij de keuze van het isolatiemateriaal ook rekening met het akoestisch comfort.

Belangrijker nog dan het materiaal zelf, is een juiste plaatsing. Isoleer tot tegen het onderdak, zodat er geen luchtlaag is tussen het isolatiemateriaal en de platen of folie. Bovendien moet de isolatie overal goed aansluiten. Doe daarom altijd een beroep op een ervaren vakman.

SarkingdakBij de klassieke dakopbouw zit het isolatiemateriaal tussen de spanten of kepers. Bij het sarkingdak wordt het erbovenop aangebracht. Zo ontstaat een ononderbroken laag waarbij de kans op koudebruggen beperkt wordt tot een minimum. Als isolatiemateriaal worden panelen gebruikt in EPS, XPS , PUR of PIR.

Dampscherm

Koken, douchen, zweten, ... als bewoner produceren we veel vocht in huis. Geregeld verluchten en goed ventileren is daarom essentieel. Om te vermijden dat vocht doordringt in het isolatiemateriaal, moet aan de warme kant – de binnenkant van het dak – een dampscherm worden aangebracht in de vorm van een folie, een pleister of een plaat. Om efficiënt te zijn, moet het dampscherm luchtdicht zijn en goed aansluiten tegen het isolatiemateriaal. Eventuele doorvoeren van leidingen of andere perforaties moet je perfect aftapen. Onder het dampscherm kan eventueel nog een afwerking aangebracht worden.