Sluiten

Een goede verlichting? Meer dan armaturen kiezen

Nadenken over de verlichting doe je best nog voor je met de werken van start gaat. Met een lichtplan, waarin je aangeeft waar alle lichtpunten komen, wat hun functie is en welke lichtbronnen je gaat gebruiken.

Eerst de zon

Het startpunt van je lichtplan is het zonlicht. Tracht bij nieuwbouw om de woonkamer en de keuken zoveel mogelijk naar het zuiden te richten. Zo krijg je direct zonlicht binnen, wat heel aangenaam aanvoelt. Noordelijk gerichte kamers ontvangen indirect zonlicht. Dat is diffuus. Ideaal voor een wasplaats of een hobbykamer.

Ook belangrijk: waar komen de ramen? Wist je dat zonlicht dat binnenkomt door het dak drie maal intenser is dan zonlicht dat binnenkomt door de muur? Er zijn verschillende manieren om het licht diep in huis te brengen: van vides en dakramen tot lichttunnels, een patio en een glazen vloer.

Meerdere lichtpunten

Met slechts één lichtpunt, in het midden van het plafond, wordt het nooit gezellig. Om alle hoeken van de kamer te bereiken, heb je bovendien een veel te felle lamp nodig. Dat is zelden comfortabel en verhoogt de kans op verblinding.

Veel beter is het om het licht te spreiden. Zo kan je met verschillende scenario’s werken. Bijvoorbeeld al het licht aan om te poetsen, alleen een gedimd licht achterin de kamer om tv te kijken ... Voorzie ook in verlichting op de wanden. Licht dat via de wanden komt, doet de ruimte groter lijken.

Verschillende soorten verlichting

De basis- of algemene verlichting vult de zon aan en zorgt dat er voldoende licht is wanneer het donker wordt. Het licht is gelijkmatig verdeeld over de hele kamer en de contrasten zijn niet te sterk. Ook een goede taakverlichting is must. Denk aan een leeslamp of verlichting boven het werkblad in de keuken. Sfeer- en accentverlichting maken het geheel af en geven de ruimte karakter: hier en daar een lichtvlek op een schilderij, een strijklicht langs de wand, ...

De juiste lichtbron kiezen

Voor algemene verlichting worden meestal lichtbronnen gebruikt met een grote stralingshoek. Zoals de peervormige leds, die de klassieke gloeilamp vervangen. Spots zijn dan weer ideaal voor accentverlichting en brengen met hun harde schaduw vorm en structuur tot leven.


Ook belangrijk is de kleurtemperatuur van de lichtbron, uitgedrukt in graden Kelvin. Een lamp met een kleurtemperatuur van 3.000 K geeft een gezellig wit licht. Lampen met een hogere kleurtemperatuur komen door hun blauwe schijn iets koeler over.